
Amor cibernético
MANUEL TALENS
La
conoció por internet, lo cual es una nueva manera –inédita hasta
ahora– de conjugar el sentido bíblico del verbo conocer. Tres
semanas antes había respondido a un anuncio del periódico que le
ofrecía conexión ADSL ultrarrápida de banda ancha más una
cafetera eléctrica y un reloj despertador, todo ello al precio
irrisorio de veinte euros mensuales. Una ganga.
El ciberespacio revolucionó su vida solitaria y al poco
tiempo viajaba por la pantalla del PC con la misma soltura
que un astronauta al mando de su nave. No tardó en iniciar
una frenética correspondencia por correo electrónico con los
miembros de diversos foros de discusión, en donde lo mismo
se divagaba sobre guerras petroleras que sobre las tetas de
Sara Montiel; además, hizo nuevas amistades en los cuatro
continentes y, sobre todo, descubrió el chat. ¡Ah, el chat!
Su
vida sentimental cambió de signo cuando alguien le comentó las
virtudes del último portento tecnológico en cibercomunicación
instantánea, el Messenger. Sin dudarlo, descargó el software, lo
instaló en el disco duro y empezó a chatear con su primo
Alfonso, el testigo de Jehová. Por supuesto, aquellas
conversaciones escritas en tiempo real perdieron pronto
cualquier interés, pues no hay cosa más aburrida que soportar al
plasta de Alfonso con sus rollos de la Biblia. Pero como unas
cosas llevan a otras, se enteró pronto de que el ciberespacio
alberga miles de mujeres dispuestas a chatear sobre lo que él
más añoraba, el amor. Bendito internet.
Y,
de hilo en ovillo, la encontró. A pesar del sugerente seudónimo
que ella utilizaba para firmar –Embriagadora–, parecía tímida al
principio y tardó un par de sesiones en entrar en faena, pero
cuando lo hizo resultó ser una hembra desinhibida, que lo dejaba
al borde del colapso con un repertorio infinito de deliciosas
guarrerías –cuyo único defecto era su carácter virtual, no
real–, provocadoras infalibles de un consuelo inmediato tras el
chat.
La
temperatura fue subiendo entre los dos, el calor del verano
también. Embriagadora, de manera casual, le comentó una vez que
solía bañarse topless en la Malva-rosa y él supo entonces que
ella era de Valencia. Aprovechó la ocasión para meter cuña:
"Oye, pues yo vivo en Cuenca. ¿Por qué no concertamos un
encuentro de verdad?".
Se
pusieron de acuerdo. La cita fue el mes de julio, pongamos el
27, en el paseo de la playa, frente al chiringuito de L'Estimat.
Él llegó por la mañana y se alojó en el Astoria. Preparó el
acontecimiento con esmero: corte de pelo a la navaja, fragancia
Calvin Klein for men, triple cepillado de dientes, calzoncillos
limpios y un paquete de doce preservativos que compró en la
farmacia de la esquina. "Que se jodan los obispos", pensó con
sarcasmo al echárselo al bolsillo.
Fue
en taxi hasta la Malva-rosa. Las piernas le temblaban cuando
llegó al paseo. Allí, junto a la farola convenida, vio una
silueta femenina con el clavel rojo en la mano. Era ella. "A la
mierda la virginidad", dijo entre dientes, "que treinta y cinco
años son muchos años, leche".
El miedo y la alegría se le agolparon en
la garganta. Deseaba al mismo tiempo huir y abrazarla, pero a
aquellas alturas ya no era posible dar marcha atrás. Apretó el
paso, forzó una sonrisa y se abandonó al destino.
SI DESEA LEER
AMOR CIBERNÉTICO EN EL SITIO WEB DE EL PAÍS, PULSE SOBRE
LA IMAGEN
|
|
EL PAÍS-Comunidad Valenciana, martes
27 de julio de 2004 |
|
Agradezco a
Greet Van Dommelen su amable traducción de esta columna
al neerlandés
Cyberliefde
MANUEL TALENS
Hij
leerde haar kennen via internet, wat een nieuwe, tot nu toe
onbekende dimensie gaf aan de bijbelse betekenis van het
werkwoord ‘kennen’. Drie weken daarvoor had hij gereageerd op
een advertentie in de krant die hem een supersnelle ADSL-verbinding
met breedband aanbood, plus een elektrisch koffiezetapparaat en
een wekker, dit alles voor de belachelijke prijs van twintig
euro per maand. Een buitenkansje.
Cyberspace bracht een omwenteling teweeg in zijn solitaire leven
en al snel reisde hij met evenveel gemak over het scherm van
zijn PC als een astronaut aan het stuur van zijn ruimteschip.
Al snel begon hij hartstochtelijk te mailen met de leden van
verschillende discussiegroepen, waar evengoed over oorlogen om
olie als over de tieten van Sara Montiel werd gekletst. Hij
maakte bovendien nieuwe vrienden in de vier continenten en,
vooral, hij ontdekte het chatten. Ah, het chatten!
Zijn
gevoelsleven veranderde van richting toen iemand hem de weldaden
toelichtte van het laatste technologische wonder van
onmiddellijke communicatie via internet, Messenger. Zonder
twijfelen downloadde hij de software, installeerde deze op de
harde schijf en begon te chatten met zijn neef Alfonso, de
getuige van Jehova. Natuurlijk verloren die in real time
geschreven conversaties algauw elk belang, want er is niets
vervelenders dan die lummel van een Alfonso met zijn geleuter
over de Bijbel te moeten verdragen. Maar aangezien het ene tot
het andere leidt, vernam hij al snel dat cyberspace duizenden
vrouwen herbergt die bereid zijn om te chatten over datgene wat
hij het allermeest miste, de liefde. Dat zalige internet toch.
En,
van het één komt het ander, hij ontmoette haar. Ondanks het
suggestieve pseudoniem dat ze gebruikte om te ondertekenen –
Bedwelmster -, leek ze in het begin timide en wachtte ze een
aantal sessies alvorens in actie te schieten, maar toen ze dat
deed, bleek ze een ongeremde vrouw te zijn, die hem opgeilde tot
hij het bijna niet meer uithield met haar eindeloze repertoire
van heerlijke schunnigheden, uitdagende taal die zijn doel nooit
miste, en na de chat onmiddellijk voor ontlading zorgde. Alleen
jammer dat alles virtueel was, en niet echt.
De
temperatuur tussen hen beide begon langzamerhand te stijgen, de
warmte van de zomer ook. Op een keer vertelde Bedwelmster hem
terloops dat ze de gewoonte had om topless te zonnebaden in
Malva-rosa e zo kwam hij te weten dat ze van Valencia was. Hij
maakte van de gelegenheid gebruik om er iets tussen te gooien:
“Hoor eens, ik woon in Cuenca. Waarom spreken we niet eens een
ontmoeting in het echt af?”
Ze
werden het eens. De afspraak vond plaats in juli, laten we
zeggen de zevenentwintigste, op de promenade aan het strand,
tegenover het eettentje van L’Estimat. Hij kwam ’s morgens aan
en verbleef in het Astoria-hotel. Hij bereidde de gebeurtenis
zorgvuldig voor: haarsnit met een scheermes, Calvin Klein for
men- parfum, driedubbele tandenpoetsbeurt, een schone
onderbroek en een pakje met twaalf condooms die hij bij de
apotheker om de hoek kocht. “Dat de bisschoppen de klere
krijgen”, dacht hij met sarcasme terwijl hij het in zijn zak
stopte.
Hij
ging per taxi naar Malva-rosa. Zijn benen trilden toen hij aan
de promenade aankwam. Daar, naast de afgesproken lantaarnpaal,
zag hij een vrouwelijk silhouet met de rode anjer in de hand.
Zij was het. “Naar de hel met de maagdelijkheid”, zei hij
tussen zijn tanden, “vijfendertig jaar is veel, verdomme”.
Angst en vreugde welden op in zijn keel. Hij wilde
tegelijkertijd vluchten en haar omhelzen, maar op dat moment was
het al niet meer mogelijk om terug te keren. Hij versnelde zijn
pas, forceerde een glimlachje en gaf zich over aan het lot.
|
|
EL PAÍS-Comunidad Valenciana, martes
27 de julio de 2004 |
|