El escritorio de Manuel Talens

ARTÍCULOS DE OPINIÓN / DIARIO EL PAÍS

                                                                                                                                        

Manuel Talens, 2004

Amor cibernético
MANUEL TALENS


La conoció por internet, lo cual es una nueva manera –inédita hasta ahora– de conjugar el sentido bíblico del verbo conocer. Tres semanas antes había respondido a un anuncio del periódico que le ofrecía conexión ADSL ultrarrápida de banda ancha más una cafetera eléctrica y un reloj despertador, todo ello al precio irrisorio de veinte euros mensuales. Una ganga.

El ciberespacio revolucionó su vida solitaria y al poco tiempo viajaba por la pantalla del PC con la misma soltura que un astronauta al mando de su nave. No tardó en iniciar una frenética correspondencia por correo electrónico con los miembros de diversos foros de discusión, en donde lo mismo se divagaba sobre guerras petroleras que sobre las tetas de Sara Montiel; además, hizo nuevas amistades en los cuatro continentes y, sobre todo, descubrió el chat. ¡Ah, el chat!

Su vida sentimental cambió de signo cuando alguien le comentó las virtudes del último portento tecnológico en cibercomunicación instantánea, el Messenger. Sin dudarlo, descargó el software, lo instaló en el disco duro y empezó a chatear con su primo Alfonso, el testigo de Jehová. Por supuesto, aquellas conversaciones escritas en tiempo real perdieron pronto cualquier interés, pues no hay cosa más aburrida que soportar al plasta de Alfonso con sus rollos de la Biblia. Pero como unas cosas llevan a otras, se enteró pronto de que el ciberespacio alberga miles de mujeres dispuestas a chatear sobre lo que él más añoraba, el amor. Bendito internet.

Y, de hilo en ovillo, la encontró. A pesar del sugerente seudónimo que ella utilizaba para firmar –Embriagadora–, parecía tímida al principio y tardó un par de sesiones en entrar en faena, pero cuando lo hizo resultó ser una hembra desinhibida, que lo dejaba al borde del colapso con un repertorio infinito de deliciosas guarrerías –cuyo único defecto era su carácter virtual, no real–, provocadoras infalibles de un consuelo inmediato tras el chat.

La temperatura fue subiendo entre los dos, el calor del verano también. Embriagadora, de manera casual, le comentó una vez que solía bañarse topless en la Malva-rosa y él supo entonces que ella era de Valencia. Aprovechó la ocasión para meter cuña: "Oye, pues yo vivo en Cuenca. ¿Por qué no concertamos un encuentro de verdad?".

Se pusieron de acuerdo. La cita fue el mes de julio, pongamos el 27, en el paseo de la playa, frente al chiringuito de L'Estimat. Él llegó por la mañana y se alojó en el Astoria. Preparó el acontecimiento con esmero: corte de pelo a la navaja, fragancia Calvin Klein for men, triple cepillado de dientes, calzoncillos limpios y un paquete de doce preservativos que compró en la farmacia de la esquina. "Que se jodan los obispos", pensó con sarcasmo al echárselo al bolsillo.

Fue en taxi hasta la Malva-rosa. Las piernas le temblaban cuando llegó al paseo. Allí, junto a la farola convenida, vio una silueta femenina con el clavel rojo en la mano. Era ella. "A la mierda la virginidad", dijo entre dientes, "que treinta y cinco años son muchos años, leche".

El miedo y la alegría se le agolparon en la garganta. Deseaba al mismo tiempo huir y abrazarla, pero a aquellas alturas ya no era posible dar marcha atrás. Apretó el paso, forzó una sonrisa y se abandonó al destino.

 


 

El País 

SI DESEA LEER AMOR CIBERNÉTICO EN EL SITIO WEB DE EL PAÍS, PULSE SOBRE LA IMAGEN

 

EL PAÍS-Comunidad Valenciana, martes 27 de julio de 2004

Agradezco a Greet Van Dommelen su amable traducción de esta columna al neerlandés

 

Cyberliefde
MANUEL TALENS


Hij leerde haar kennen via internet, wat een nieuwe, tot nu toe onbekende dimensie gaf aan de bijbelse betekenis van het werkwoord ‘kennen’.  Drie weken daarvoor had hij gereageerd op een advertentie in de krant die hem een supersnelle ADSL-verbinding met breedband aanbood, plus een elektrisch koffiezetapparaat en een wekker, dit alles voor de belachelijke prijs van twintig euro per maand.  Een buitenkansje.

Cyberspace bracht een omwenteling teweeg in zijn solitaire leven en al snel reisde hij met evenveel gemak over het scherm van zijn PC als een astronaut aan het stuur van zijn ruimteschip.  Al snel begon hij hartstochtelijk te mailen met de leden van verschillende discussiegroepen, waar evengoed over oorlogen om olie als over de tieten van Sara Montiel werd gekletst.  Hij maakte bovendien nieuwe vrienden in de vier continenten en, vooral, hij ontdekte het chatten.  Ah, het chatten!

Zijn gevoelsleven veranderde van richting toen iemand hem de weldaden toelichtte van het laatste technologische wonder van onmiddellijke communicatie via internet, Messenger.  Zonder twijfelen downloadde hij de software, installeerde deze op de harde schijf en begon te chatten met zijn neef Alfonso, de getuige van Jehova.  Natuurlijk verloren die in real time geschreven conversaties algauw elk belang, want er is niets vervelenders dan die lummel van een Alfonso met zijn geleuter over de Bijbel te moeten verdragen.  Maar aangezien het ene tot het andere leidt, vernam hij al snel dat cyberspace duizenden vrouwen herbergt die bereid zijn om te chatten over datgene wat hij het allermeest miste, de liefde.  Dat zalige internet toch.

En, van het één komt het ander, hij ontmoette haar.  Ondanks het suggestieve pseudoniem dat ze gebruikte om te ondertekenen – Bedwelmster -, leek ze in het begin timide en wachtte ze een aantal sessies alvorens in actie te schieten, maar toen ze dat deed, bleek ze een ongeremde vrouw te zijn, die hem opgeilde tot hij het bijna niet meer uithield met haar eindeloze repertoire van heerlijke schunnigheden, uitdagende taal die zijn doel nooit miste, en na de chat onmiddellijk voor ontlading zorgde.  Alleen jammer dat alles virtueel was, en niet echt.

De temperatuur tussen hen beide begon langzamerhand te stijgen, de warmte van de zomer ook.  Op een keer vertelde Bedwelmster hem terloops dat ze de gewoonte had om topless te zonnebaden in Malva-rosa e zo kwam hij te weten dat ze van Valencia was.  Hij maakte van de gelegenheid gebruik om er iets tussen te gooien: “Hoor eens, ik woon in Cuenca.  Waarom spreken we niet eens een ontmoeting in het echt af?”

Ze werden het eens.  De afspraak vond plaats in juli, laten we zeggen de zevenentwintigste, op de promenade aan het strand, tegenover het eettentje van L’Estimat.  Hij kwam ’s morgens aan en verbleef in het Astoria-hotel.  Hij bereidde de gebeurtenis zorgvuldig voor: haarsnit met een scheermes, Calvin Klein for men- parfum, driedubbele tandenpoetsbeurt, een schone onderbroek en een pakje met twaalf condooms die hij bij de apotheker om de hoek kocht.  “Dat de bisschoppen de klere krijgen”, dacht hij met sarcasme terwijl hij het in zijn zak stopte.

Hij ging per taxi naar Malva-rosa.  Zijn benen trilden toen hij aan de promenade aankwam.  Daar, naast de afgesproken lantaarnpaal, zag hij een vrouwelijk silhouet met de rode anjer in de hand.  Zij was het.  “Naar de hel met de maagdelijkheid”, zei hij tussen zijn tanden, “vijfendertig jaar is veel, verdomme”.

Angst en vreugde welden op in zijn keel.  Hij wilde tegelijkertijd vluchten en haar omhelzen, maar op dat moment was het al niet meer mogelijk om terug te keren.  Hij versnelde zijn pas, forceerde een glimlachje en gaf zich over aan het lot.

 

EL PAÍS-Comunidad Valenciana, martes 27 de julio de 2004

Pulse para volver a la página anterior

 

Copyleft

Manuel Talens 2004